De perfecte noot Een interview over fiscale annotaties

Wekelijks verschijnen in Nederland tientallen fiscale noten. Al een aantal jaar (en met wisselend succes) beoefenen ook Anna Gunn en Ruud de Smit* deze kunst. In het onderstaande interview doen zij verslag over de kweeste naar de perfecte noot.

Ruud

V-N: Vpb, Dvb, EU, IBR

Op een doordeweekse dag ontmoeten wij Anna en Ruud op het Plein in Den Haag. Bij aankomst blijkt het duo al ruim een uur bezig te zijn met wat ze zelf noemen “Vaktechnisch Roddelen en Overleg” (VTRO). “Het is een geavanceerde versie van het VTO,” legt de Ruud uit, “Het sluit beter aan bij de werkelijke wijze waarop Nederlandse fiscalisten met het vak bezig zijn.” Aan de lege glazen te zien zit de hij al aan zijn derde merlot en heeft zij minstens vijf Cola Light op. Dat belooft wat.

Anna

NTFR: Fiscale staatsteun

We zijn in Den Haag om te praten over vaktechniek. Meer specifiek willen wij weten hoe de schrijvers van Artikel104.nl aankijken tegen een heel traditioneel vakliterair medium: de eenvoudige noot. Anna: “Ruud en ik zijn grote fans van annotaties. Wat deze vorm van vakliteratuur zo interessant maakt, is dat we te maken hebben met stukjes die onder tijdsdruk geschreven zijn en daardoor vaak veel zeggen over de auteur ervan. Het is quick and dirty en tegelijkertijd heel persoonlijk. Of klinkt dat heel vreemd?”  Er valt een ongemakkelijke stilte. Dan Ruud: “Uh… Juistem. Zullen we verder gaan met het interview?” Wij knikken enthousiast, bestellen wat vlammetjes en steken van wal.

Wij: Waartoe dienen noten?

R: “De noot moet aangeven waarom de uitspraak, arrest of besluit opgenomen is in het periodiek en dus lezenswaardig is. Als de annotator die vraag niet kan beantwoorden, moet hij of zij sterk overwegen het item terug te sturen naar de redactie. Wat is er nieuw aan het item? Hoe past de uitspraak in de huidige lijn in de jurisprudentie? Welk uitstralingseffect heeft dit arrest op de rechtspraktijk? Welke praktische implicaties heeft de uitspraak? Zijn er nieuwe ontwikkelingen, zoals wetswijzigingen, te verwachten naar aanleiding van deze uitspraak? Op dat soort vragen zou ik als lezer antwoorden willen hebben. Ook een duidelijke mening inclusief onderbouwing van de auteur is gewenst. Tijdens een VTO hebben de zogenoemde fiscale betweters dan de mogelijkheid om zich af te zetten tegen de noot om zich op die manier als autoriteit van de verdieping (trachten te) positioneren. Op die manier kan een discussie worden aangewakkerd. Aangezien tegenwoordig de arresten voor iedereen te lezen zijn op internet voordat het arrest hard copy of de website van de uitgever verschijnt, is het belang van de noot belangrijker dan ooit. Ook snelle periodieken zoals Vakstudie Nieuws en NTFR ontkomen er wat mij betreft niet aan om echt werk te maken van de annotatie. Een simpele verwijzing naar de vindplaats van de eerdere conclusie van de A-G en aangeven dat het arrest daarmee in lijn is, is echt niet meer van deze tijd.”

A: “De noot is in hulpmiddel bij de eerste verkenning van een bepaald arrest. Noten zijn dus gebruiksvoorwerpen. De meeste lezers hebben het druk, dus het is belangrijk dat de noot de juiste aanknopingspunten biedt. Dit wil niet per se zeggen dat een noot kort moet zijn. Een uitheems thema als fiscale staatssteun is voor de meeste mensen heel exotisch, dus wat meer achtergrond is volgens mij nuttig. Zelf beschouw ik een noot als geschreven VTO-inbreng. De vraag voor de schrijver wordt dan: Hoe zou ik deze ontwikkeling tijdens een VTO uitleggen? Je kunt dan meteen anticiperen op vragen als: Wat betekent dit nou voor de Nederlandse praktijk?”

Naast de omvang, wat is het verschil tussen een noot en een artikel?

A: “Noten en artikelen zijn totaal verschillende genres. Artikelen moeten een doorwrochte analyse geven van een bepaald fiscaal thema of probleem. Noten zijn belastingrechtelijk EHBO: prima tegen de eerste shock, maar nader onderzoek is soms geboden. Bij belangrijke arresten en conclusies geldt dat de noot – als het goed is – snel achterhaald raakt door een artikel of binnen de context van de systematiserende werken als de Cursus Belastingrecht.”

R: “In theorie ben ik het met Anna eens, maar in de praktijk vind ik dat laatste nogal eens tegenvallen, eerlijk gezegd. Dikwijls vraag ik mij af of een artikel in het WFR niet een herhaling van zetten is van een doorwrochte noot die eerder is verschenen. Zeker een noot in BNB van Van Eijsden of De Vries in combinatie met een goede conclusie van de A-G maken veelal een WFR-artikel over hetzelfde onderwerp overbodig, tenzij de auteur duidelijk een andere visie heeft.”

Waarom schrijf jij noten?

A: “Eeuwige roem en de vorstelijke beloning.”

R: “Voor mij is het de ideale manier om mijn vaktechniek bij te houden. Het schrijven van noten is voor mij de manier om de jurisprudentie bij te houden. Zeker als ik het niet eens ben met het arrest of de conclusie, en dat zijn de meest dankbare noten, ga ik in no time door alle beschikbare fiscale literatuur over dat onderwerp heen om een goede mening te vormen. Mijn andere bezigheden zet ik dan tijdelijk on hold. De materie die centraal stond in eerste annotatie voor Vakstudie Nieuws – over de teller van de tweede verrekenlimiet bij de voorkoming van dubbele belasting –  heb ik nog steeds paraat. Over beloning gesproken, zijn die merlots voor jullie rekening?”

Heeft de auteur nog een bepaalde verantwoordelijkheid jegens de lezers?

R: “Een eerlijk beeld schetsen over de kansen die een bepaalde uitspraak biedt voor belastingplichtigen”

A: “Ik ben het wel met Ruud eens. Omdat je er vanuit moet gaan dat de groep een informatie-achterstand heeft, is het zeer belangrijk om niemand op het verkeerde been te zetten. Kijkend vanuit het EU-rechtelijk perspectief vind ik het bijvoorbeeld niet verantwoord om heel stellig te vertellen dat iets in strijd is met het EU-recht zonder er ook bij te vertellen dat het standpunt experimenteel is (zonder Nederlands precedent – red.) en dat de bewijslast erg moeilijk gaat worden. Is dit betutteling? Ik ken één casus waar een adviseur een moeilijk EU-standpunt – dat hij zelf niet begreep – motiveerde door de integrale tekst van een NTFR Opinie naar de inspecteur te sturen. Als schrijver moet je je bewust zijn van het feit dat je kennelijk een bepaald vertrouwen wekt bij de lezers. Zonder de juiste nuances is het gevaar (a) het ontstaan van kansloze procedures, en (b) dat belastingplichtigen een verkeerde inschatting maken van de pleitbaarheid van posities. Zelf vind ik overigens dat EU-standpunten ook buiten horizontaal toezicht altijd expliciet aan inspecteur gemeld zouden moeten worden in het kader van de fair play.

Wat is het verschil tussen het NTFR en de V-N?

R: “Er zijn volgens mij drie verschillen: (i) in Vakstudie Nieuws wordt vrijwel altijd de uitspraak of arrest zelf afgedrukt (ii) in Vakstudie Nieuws is de redactie volgens mij actiever betrokken bij de noot en zijn er niet zelden meerdere auteurs betrokken bij dezelfde annotatie en (iii) bij NTFR is de annotatie op naam.”

A: “Het NTFR biedt – veel meer dan de V-N – ruimte voor allerlei meningen. Naast de NTFR Beschouwingen en de zogeheten blauwe katern gaat het dan om de NTFR Opinie. Ik ben heel positief over de (bureau)redactie van de Sdu. Die probeert altijd om iedereen van een podium te voorzien.”

Wat kunnen notenschrijvers beter niet doen? 

A: “Samenvattingen geven! Zeker in combinatie met de uitsmijter “voor het overige is deze uitspraak niet onbegrijpelijk”. Het kán gewoon niet. Hoge Raadje spelen doe je maar in je eigen tijd.”

R: “Eens!”

Heb je een gênant nootgerelateerd verhaal in de aanbieding?

R: “Gênant? Ik schaam me niet zo snel, hoor. Maar alle gekheid op een stokje, mij schiet niet zo gauw iets te binnen. En er zijn natuurlijk zaken waar een echte heer over zwijgt.”

A: (lacht) “Heb je even? In ernst, het is mij wel eens overkomen dat ik in de vakliteratuur werd aangehaald, maar volstrekt anders dan ik had bedoeld. Je zou kunnen zeggen: de ander heeft schuld want die had beter moeten lezen. De betere conclusies is echter dat het aan de notenschrijver was om de zaken beter te verwoorden. Waar ik wel een hekel aan heb is als teksten express op de minst flateuze wijze worden neergezet. Dat is in strijd met het beginsel van de welwillende interpretatie en is bovendien karma-technisch riskant. Wat ik verder niet begrijp is waarom we vandaag de dag niet vaker contact zoeken met de auteur van een onduidelijk stuk. Met één mailtje kan de onduidelijkheid verholpen worden. Zo heb ik een (nogal hoog oplopende) interpretatieve ruzie tussen mij en een co-auteur uit Leuven beslecht door een wetenschapper uit Oxford simpelweg te vragen wat ‘ie bedoelde. We zijn inmiddels vrienden.”

Wat vinden jullie van elkaars noten?

A: “Geen idee, “wij van de redactie” is niet individueel herleidbaar tot een identificeerbaar natuurlijk persoon.”

R: “De woorden “kinderlijke verwondering” komen bij me op. Nu ik weet dat ze tegen een imaginair VTO zit te praten, kan ik ‘t wat beter plaatsen!”

Het laatste komt Ruud op een boze blik te staan. Voor ons is dit het moment om te vertrekken. In de weken die volgen laten we her en der de namen van het tweetal vallen. De meest voorkomende reactie  luidt: “Wie?” De kans dat het Haagse VTRO daarvan wakker ligt is evenwel klein.

***

Ruud de Smit was tot eind 2015 redacteur bij Artikel104.nl. 

About de Redactie

De redactie van Artikel104.nl vergadert alléén voor recreatieve doeleinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *